PERSBERICHT Uplace: Studie is logisch vervolg op eerder planmilieueffectenrapport

Antwerpen, 24 februari 2015

do, 26/02/2015

Antea Group neemt kennis van de berichtgeving in diverse media waarbij vragen worden gesteld bij haar rol in een recente studie uitgevoerd in het kader van het herstel van het ruimtelijk uitvoeringsplan waarin o.a. het “Uplace” project gelegen is. Antea Group wenst te benadrukken dat zij deze studie in opdracht van het departement Ruimte Vlaanderen in alle onafhankelijkheid heeft uitgevoerd en dat zij ten volle achter de resultaten van haar onderzoek en analyse staat en blijft staan.

Achtergrond van de studie

Als achtergrond kan worden meegegeven dat Antea Group reeds in 2010 (toen nog onder haar vorige naam Soresma) het milieueffectenrapport of “plan-MER” heeft opgesteld voor het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Vlaams strategisch gebied rond Brussel en aansluitende open ruimtegebieden” afgekort “GRUP VSGB”. Dit rapport – dat sinds de goedkeuring ervan publiek beschikbaar is via de link:http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/grup/00100/00124_00001/data/212_00124_00001_MER_eindrapport.pdf  – bevatte o.a. een reeks detailberekeningen van de effecten van bijkomende mobiliteit in het plangebied. Er werden in dit MER-rapport, zoals gebruikelijk, maatregelen aanbevolen die deze effecten dienden te milderen, zoals bijkomende openbaar vervoersmaatregelen.

Ten gevolge van de vernietiging van deelplan “cluster C3” van het GRUP VSGB, het deel dat het reconversiegebied Vilvoorde-Machelen met “Uplace” omvat, door de Raad van State, heeft het departement Ruimte Vlaanderen aan Antea Group gevraagd om een aantal berekeningen en beoordeling van mobiliteitseffecten uit het Plan MER van 2010 opnieuw door te voeren, volgens een zelfde methodologie als in 2010, maar dan op basis van een aanzienlijk beperkt programma voor de reconversiezone (d.i. een programma waarin minder handel, recreatie en kantoren toegelaten wordt in het plangebied) EN rekening houdend met de implementatie van twee belangrijke randvoorwaarden, opgelegd in het plan-MER VSGB: het GEN-station Kerklaan en een busverbinding Vilvoorde station-Zaventem luchthaven met o.a. halte t.h.v. “Uplace”. Antea Group heeft deze opdracht aanvaard en in november en december 2014 deze berekeningen doorgevoerd. Een finale versie van dit rapport werd aangeleverd in januari 2015. Zoals het plan-MER eerder, ging ook deze studie over de mobiliteit van en in een ruimer gebied, en dus niet uitsluitend over het Uplace-project.

Geen reactie op studie Lauwers en Boussauw

Deze studie werd op geen enkele manier opgesteld om andere studies inzake de mobiliteit gegenereerd door het Uplace-project te counteren of te weerleggen, zoals inmiddels in bepaalde berichtgeving werd gesuggereerd in verband met een studie uit 2013 uitgevoerd door drie docenten van de UGent/VUB/UAntwerpen (de heren Ronse, Boussauw en Lauwers). De resultaten van deze laatste studie werden, naar wij begrijpen, inmiddels reeds sterk genuanceerd, o.a. door het Vlaams Verkeerscentrum zelf.

Antea Group wenst ook te benadrukken dat het volstrekt onjuist is dat in het Plan-MER GRUP VSGB van 2010 of in de aanvullende studie van januari 2015 werd gewerkt op basis van een modal split (verdeling autoverkeer versus openbaar vervoer, fiets of te voet) van 60/40. Ook in het project-MER voor het project Uplace Machelen, dat inderdaad door Antea Group werd opgesteld, werd nooit van deze cijfers uitgegaan. Het oorspronkelijk plan-MER ging uit – voor alle geplande functies binnen het VSGB, dus niet alleen voor Vilvoorde-Machelen – van een auto-aandeel van ca. 85% (een zgn. C-locatie, zonder hoogwaardig openbaar vervoer). De aanvullende nota gaat, net als het project-MER “Uplace”, uit van een auto-aandeel van 75%, waarbij zoals gezegd de implementatie van het GEN-station en de bus Vilvoorde-Zaventem als randvoorwaarde zijn ingecalculeerd. Een auto-aandeel van 75% ligt volledig in lijn met gelijkaardige winkelcentra aan de rand van Brussel met een hoogwaardige OV-ontsluiting (Woluwe, Anderlecht).

Integriteit

Tot slot wenst Antea Group op te roepen tot sereniteit. De onafhankelijke MER-deskundigen die door de overheid worden erkend en wiens werk door de Dienst-MER wordt nagezien, respecteren zeer nauwgezet een deontologie die maakt dat iedere milieueffectrapportageopdracht wordt uitgevoerd in alle onafhankelijkheid, met de potentiële impact op het leefmilieu als enige graadmeter. De insinuaties die vandaag de ronde doen, zijn onaanvaardbaar.